ECLI:NL:HR:2012:BW3367
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid verplichte pensioenontslag KLM-vliegers bij 56 jaar conform CAO
In deze zaak staat de vraag centraal of het verplichte pensioenontslag van KLM-vliegers op 56-jarige leeftijd, zoals geregeld in de CAO, in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie. Eiser c.s., vliegers die de pensioenleeftijd bereiken, vorderen vernietiging van deze bepaling en voortzetting van hun arbeidsovereenkomst. De kantonrechter en het hof wezen deze vorderingen af, waarbij het hof oordeelde dat het leeftijdsonderscheid objectief gerechtvaardigd is door legitieme doelen zoals personeelsdoorstroming, kostenbeheersing en evenwichtige personeelsopbouw.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt dat het beginsel van non-discriminatie op grond van leeftijd een algemeen gemeenschapsrechtelijk beginsel is, geïmplementeerd in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (Wgbl). De CAO-bepaling voldoet aan de criteria van objectieve rechtvaardiging, passendheid en noodzakelijkheid. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het verplichte pensioenontslag een legitiem doel dient en een passend middel is, mede gelet op de ruime beoordelingsvrijheid van lidstaten en sociale partners.
De Hoge Raad wijst klachten af die stelden dat het hof onjuiste toetsingsmaatstaven hanteerde of de bewijslast verkeerd legde. Ook het argument dat het pensioenontslag niet van rechtswege kan eindigen bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt verworpen. De arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege bij het bereiken van de pensioenleeftijd conform art. 7:667 lid 1 BW Pro. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de rechtmatigheid van de CAO-bepaling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de rechtmatigheid van het verplichte pensioenontslag van KLM-vliegers op 56-jarige leeftijd conform de CAO.