ECLI:NL:RBDHA:2015:6791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot goedkeuring eigen contact bij deelbemiddeling interlandelijke adoptie van kafalakind
Eisers, een gehuwd stel met dubbele nationaliteit, verzochten om toestemming voor adoptie van een buitenlands kind dat zij via een kafalaprocedure hadden verkregen. Verweerder weigerde de toestemming omdat eisers niet de verplichte bemiddeling via een vergunninghouder hadden gevolgd en niet konden aantonen dat de autoriteiten in het land van herkomst instemden met de adoptie. Eisers startten een procedure in het buitenland en verkregen kafala, een islamitische voogdijmaatregel, maar geen formele adoptie volgens Nederlandse wetgeving.
De rechtbank oordeelde dat kafala geen gezins- of familieleven creëert dat beschermd wordt onder artikel 8 EVRM Pro en dat de procedure van bemiddeling en goedkeuring door de minister verplicht is. Eisers hadden de procedure niet gevolgd en het verzoek om goedkeuring van een eigen contact werd terecht afgewezen. Het belang van het kind werd meegewogen en de rechtbank vond dat verweerder zich voldoende rekenschap had gegeven van dit belang.
De rechtbank wees ook op het Haags Kinderbeschermingsverdrag als mogelijke route voor pleegzorgplaatsing, maar constateerde dat daarvoor geen verzoek was ingediend. Het beroep van eisers werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van verweerder gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toestemming voor adoptie via eigen contact zonder bemiddeling vergunninghouder is ongegrond verklaard.