ECLI:NL:RBDHA:2015:8481
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Recht op verblijf in Duitsland ondanks werk en overnachtingen in Nederland
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit en gehuwd met een Nederlandse referent, verzocht om een verblijfsdocument op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder wees dit af omdat eiseres en referent onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij daadwerkelijk langer dan drie maanden in Duitsland verbleven, mede omdat referent bleef werken in Nederland en daar enkele nachten per week overnachtte.
De rechtbank stelde vast dat eiseres en referent wel degelijk een aaneengesloten verblijf in Duitsland hadden en daar een gezinsleven hadden opgebouwd, ondanks het feit dat referent in Nederland werkte en daar overnachtte. De rechtbank oordeelde dat het centrum van belangen en verblijf naar Duitsland kon zijn verplaatst, ook al verbleef referent enkele dagen per week in Nederland.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens ondeugdelijk onderzoek en motivering door verweerder, en beval een nieuw besluit waarbij het door eiseres overgelegde bewijs van feitelijk verblijf in Duitsland meegewogen moet worden. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank reeds op het beroep had beslist.
Verder werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak bevestigt dat het recht op vrij verkeer en verblijf onder Richtlijn 2004/38/EG ook geldt bij situaties waarin werk en verblijf deels in verschillende lidstaten plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; verweerder moet een nieuw besluit nemen waarbij het feitelijk verblijf in Duitsland wordt betrokken.