ECLI:NL:RBDHA:2015:8778
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige legesheffing bij verblijfsvergunning Japanse onderdaan
Eiseres, een Japanse onderdaan, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'arbeid in loondienst'. De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, maar na bezwaar werd de vergunning verleend met een geldigheidsduur van één jaar en dezelfde beperking als aangevraagd.
Eiseres stelde beroep in tegen de beperking en de korte geldigheidsduur van de vergunning, alsmede tegen de hoogte van de leges van € 861,-- die zij moest betalen. De rechtbank oordeelde dat de beperking en duur conform de aanvraag waren en dat deze beroepsgronden geen doel treffen. De legesheffing werd echter beoordeeld aan de hand van het Nederlands-Japans Verdrag en het Nederlands-Zwitsers Tractaat, waarbij bleek dat Zwitserse onderdanen minder leges betalen (€ 53,--).
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris onrechtmatig handelde door eiseres het hogere bedrag in rekening te brengen, in strijd met de meestbegunstigingsclausule. Daarom werd een schadevergoeding van € 808,-- toegekend, zijnde het verschil tussen de betaalde leges en het lagere bedrag voor Zwitserse onderdanen. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegewezen.
Uitkomst: Beroep ongegrond, maar schadevergoeding van € 808,-- toegekend wegens onrechtmatige legesheffing.