ECLI:NL:RBDHA:2015:8865
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om opvang en leefgeld aan vreemdeling met Wmo-uitkering
Eiser, een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, verzocht verweerder om opvang en leefgeld. Verweerder wees dit af omdat eiser gebruik kon maken van opvang via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (Coa) en reeds een Wmo-uitkering ontving waarmee hij een kamer huurde.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende procesbelang had ondanks zijn Wmo-uitkering, omdat hij stelde dat het bedrag niet toereikend was vanwege zijn persoonlijke omstandigheden. De rechtbank stelde echter vast dat eiser dit niet met stukken had onderbouwd en dat verweerder geen wettelijke verplichting had om het bedrag aan te vullen.
Verder wees de rechtbank erop dat verweerder het bevoegde bestuursorgaan is voor de gevraagde opvang en leefgeld, en dat het aanbod van opvang via het Coa een individuele beslissing was waarbij persoonlijke omstandigheden waren meegewogen. Eisers stelling van willekeur werd verworpen.
Gelet op het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser op opvang en leefgeld wordt ongegrond verklaard.