ECLI:NL:RBDHA:2014:15958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. Stapels-Wolfrat
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt over opvang en leefgeld voor uitgeprocedeerde asielzoeker
Eiser, een uitgeprocedeerde asielzoeker zonder verblijfsvergunning, verzocht de staatssecretaris om opvang en leefgeld om dakloosheid te voorkomen. Verweerder bood opvang aan in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) onder voorwaarden, wat eiser betwistte. De rechtbank oordeelde dat het weigeren van toegang tot onderdak, eten en kleding de menselijke waardigheid aantast en de normale ontwikkeling van het privéleven onmogelijk maakt, zoals bevestigd door het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR).
De rechtbank stelde vast dat artikel 3 EVRM Pro geen verplichting tot opvang oplegt in deze situatie, maar dat artikel 8 EVRM Pro een positieve verplichting voor de staat inhoudt om onderdak en basisvoorzieningen te bieden. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom opname in een VBL met vrijheidsbeperkende maatregelen voldoende zou zijn om aan deze verplichting te voldoen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen acht weken een nieuw besluit moet nemen. Tot die tijd moet verweerder eiser toegang bieden tot nachtopvang, een douche, ontbijt en avondmaaltijd zonder andere dan noodzakelijke toegangsvoorwaarden. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 974,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet binnen acht weken een nieuw besluit nemen en tot die tijd opvang bieden zonder onnodige voorwaarden.