ECLI:NL:RBDHA:2016:10078
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning transitievergoeding bij opzegging langdurige arbeidsongeschiktheid in bijzonder onderwijs
De werknemer, werkzaam als docent in het bijzonder onderwijs, is na meer dan 24 maanden ziekte door de werkgever op grond van langdurige arbeidsongeschiktheid ontslagen met toestemming van het UWV. De werknemer vordert een transitievergoeding omdat hij niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en langer dan 24 maanden in dienst was.
De werkgever voert verweer dat vanwege de bijzondere rechtspositie van werknemers in het bijzonder onderwijs en hun aanspraak op bovenwettelijke voorzieningen zoals een arbeidsongeschiktheidspensioen en IPAP-voorziening, geen transitievergoeding verschuldigd is. De kantonrechter onderzoekt of deze voorzieningen onder de uitzonderingen van artikel XXII lid 7 Wwz vallen.
De rechter oordeelt dat de aanspraak van de werknemer op een aanvulling van zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering geen vergoeding of voorziening is zoals bedoeld in artikel XXII lid 7 Wwz, omdat deze voortkomt uit een door de werknemer zelf afgesloten arbeidsongeschiktheidsverzekering en betaalde premies. Er is geen sprake van een andere bovenwettelijke uitkering zoals de WOPO. Daarom heeft de werknemer recht op de transitievergoeding volgens artikel 7:673 BW Pro.
De kantonrechter wijst de vordering van de werknemer toe, veroordeelt de werkgever tot betaling van de transitievergoeding van € 22.270,51, vermeerderd met wettelijke rente, en tot betaling van de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 22.270,51 aan de werknemer wegens opzegging na langdurige arbeidsongeschiktheid.