Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 september 2016 in de zaken tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
[de werkgever], te [vestigingsplaats]
Rechtbank Den Haag
Eiseres was sinds 2007 docente beeldende vorming en meldde zich in 2012 ziek wegens psychische klachten. Het UWV legde de werkgever een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie. Eiseres voerde aan dat er sprake was van een onderbreking van de wachttijd van 104 weken door tussentijdse ziekmeldingen en een wijziging van de bedongen arbeid.
De rechtbank stelde vast dat eiseres ondanks enkele periodes van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid en ziekmeldingen niet ononderbroken volledig arbeidsgeschikt was geweest gedurende vier weken. De toepassing van artikel 7:628 BW Pro leidt niet tot een onderbreking van de wachttijd. Ook was er geen sprake van een wijziging van de bedongen arbeid, aangezien stagebegeleiding een neventaak was binnen het re-integratieproces.
De rechtbank concludeerde dat de wachttijd van 104 weken onafgebroken was doorlopen en dat de loonsanctie terecht was opgelegd en gehandhaafd. De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt dat de wachttijd van 104 weken onafgebroken is doorlopen.