ECLI:NL:RBDHA:2016:10749
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beperking navordering box 1-inkomen bij kasstorting op buitenlandse rekening
Eiser, samen met zijn echtgenote eigenaar van een ijssalon, had voor het jaar 2005 een navorderingsaanslag opgelegd gekregen wegens het niet aangeven van een bedrag van €30.000 aan box 1-inkomsten. Dit bedrag betrof een kasstorting op een Luxemburgse bankrekening die zij niet hadden opgegeven.
Verweerder baseerde de navordering op de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar, bedoeld voor buitenlandse inkomsten of vermogen. Eiser betwistte dit, stellende dat de kasstorting betrekking had op in Nederland behaalde omzet die naar het buitenland was overgeboekt.
De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van in het buitenland behaalde omzet. De kasstorting betrof verzwegen Nederlandse omzet, waardoor de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is. Dit oordeel werd bevestigd door jurisprudentie van de Hoge Raad.
De navorderingsaanslag werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €9.920. Ook de heffingsrente werd overeenkomstig verminderd. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd omdat de verlengde navorderingstermijn niet van toepassing is op de kasstorting die ziet op verzwegen Nederlandse omzet.