Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 februari 2016 en de daarin vermelde stukken;
- de brief van de zijde van ATP van 13 september 2016;
- de brief van de zijde van de Staat van 19 september 2016.
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure tussen de Staat der Nederlanden en ATP Business Travel B.V. heeft de rechtbank een deskundige benoemd voor onderzoek waarbij ATP vertrouwelijke documenten aan de deskundige verstrekte.
ATP verzocht de rechtbank om op grond van artikel 29 Rv Pro een geheimhoudingsplicht op te leggen aan de Staat voor alle gedeelde informatie en om drie specifieke documenten niet te hoeven verstrekken vanwege bedrijfsvertrouwelijkheid en lopend strafrechtelijk onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat ATP voldoende heeft toegelicht dat de aanvullende documenten bedrijfsgevoelige en klantvertrouwelijke informatie bevatten, waardoor geheimhouding geboden is. De Staat en haar medewerkers mogen deze documenten niet aan derden verstrekken en mogen ze alleen in deze procedure gebruiken.
Voor de drie specifieke documenten die ATP niet wil verstrekken, gaf de rechtbank ATP voorshands gelijk, mede gelet op het strafrechtelijk onderzoek en het recht van partijen om effectief commentaar te leveren zonder alle onderliggende stukken te hoeven inzien.
De deskundige is opgedragen de vertrouwelijkheid te waarborgen en alleen inzicht te geven in de documenten waarop zijn rapportage is gebaseerd. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank legt een geheimhoudingsplicht op aan de Staat en staat ATP toe drie vertrouwelijke documenten niet te verstrekken.