Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam], geboren op [geboortedatum] , eiser en verzoeker,
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
:mr. J.M.M. van Gils.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Roma-gezin uit Macedonië, dienden asielaanvragen in die door de staatssecretaris werden afgewezen als kennelijk ongegrond, met een inreisverbod voor de ouders. De rechtbank onderzoekt deze besluiten en constateert dat Macedonië als veilig land van herkomst is aangewezen, maar dat deze aanwijzing door eerdere uitspraken van de rechtbank als onverbindend is verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat de bestreden besluiten geen deugdelijke grondslag hebben en vernietigt deze deels. Vervolgens voorziet de rechtbank zelf in de zaak en concludeert dat eisers niet kunnen worden aangemerkt als vluchtelingen en geen ernstige schade te vrezen hebben. Hoewel sprake is van discriminatie, is deze niet van dien aard dat zij maatschappelijk functioneren onmogelijk maakt.
Daarom worden de asielaanvragen afgewezen als ongegrond en de verzoeken om voorlopige voorzieningen afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eisers. Tegen dit vonnis kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De asielaanvragen van het Roma-gezin uit Macedonië worden afgewezen als ongegrond en de verzoeken om voorlopige voorzieningen worden afgewezen.