ECLI:NL:RBDHA:2016:14233
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en ontbreken uitzonderlijke situatie in Afghanistan
Eiser, afkomstig uit Kunduz, Afghanistan, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij stelde dat hij gevaar liep vanwege conflicten tussen twee krijgsheren in zijn dorp, waarbij hij ten onrechte werd beschuldigd van het doorgeven van informatie, en dat zijn dorp inmiddels onder controle van de Taliban staat, waardoor hij niet kan terugkeren.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Vreemdelingenwet 2000, omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij gevaar loopt van de krijgsheren of dat zijn dorp een uitzonderlijke situatie kent zoals bedoeld in artikel 15c van de Definitierichtlijn. De rechtbank vond de verklaringen over het conflict vaag en summier en oordeelde dat het enkele feit dat het gebied onder Talibancontrole zou zijn, niet automatisch een uitzonderlijke situatie oplevert.
De rechtbank overwoog dat eiser ondanks het ontbreken van een netwerk in Afghanistan nog steeds familie en relaties heeft, en dat het vermoeden van vervolging wegens het ontbreken van een netwerk niet aannemelijk is. Ook het behoren tot een minderheidsgroep werd niet bevestigd. De rechtbank concludeerde dat eiser geen rechtsgrond had voor asiel en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank wees tevens de overgelegde verklaring van dorpsoudsten af vanwege onduidelijkheid over de herkomst en het tijdstip van opstelling. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 november 2016 door rechter A.W. Ente.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van het gevreesde gevaar en het ontbreken van een uitzonderlijke situatie in Kunduz.