ECLI:NL:RBDHA:2016:15314
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen door onvoldoende controle verblijfsdocument
Eiseres kreeg een boete van € 8.000 opgelegd wegens het laten werken van een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning, waarbij het identiteitsbewijs vals bleek. De vreemdeling werkte voor eiseres en toonde een vervalst Nederlands identiteitsdocument. Verweerder handhaafde de boete, maar bood aan deze met 25% te matigen.
Eiseres stelde dat de overtreding haar niet kon worden verweten omdat zij niet wist van de valsheid van het document, en dat de boete onevenredig hoog was. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet zorgvuldig genoeg had gecontroleerd, wat haar verwijtbaar is. De rechtbank vond dat verweerder terecht een boete oplegde, maar matigde deze verder met 25% vanwege correcte loonadministratie en verloning.
De rechtbank verwierp het bezwaar tegen dubbele boeteoplegging omdat de vreemdeling in twee afzonderlijke ondernemingen werkte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en stelde de boete vast op € 4.000. Tevens werden proceskosten en griffierecht aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd tot € 4.000 en het beroep wordt gegrond verklaard.