ECLI:NL:RBDHA:2016:15529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wiv-verzoeken voor digitaal schaduwarchief
Eiser heeft meerdere verzoeken ingediend op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 (Wiv) met het doel een digitaal schaduwarchief aan te leggen van historische documenten over veiligheidsdiensten. Deze verzoeken legden een groot beslag op de capaciteit van verweerder, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD).
De rechtbank stelt vast dat eiser met zijn verzoeken een omvangrijke verzameling informatie wil verzamelen en publiceren via eigen internetsites, waardoor derden niet zelf tijdrovende procedures hoeven te voeren. Verweerder en de minister van Defensie hebben aangegeven dat deze werkwijze leidt tot een onevenredige belasting van hun capaciteit, waardoor ook andere verzoeken niet tijdig kunnen worden behandeld.
De rechtbank oordeelt dat het doel van eiser, het aanleggen van een schaduwarchief, geen redelijk doel is binnen het systeem van de Wiv en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het gebruik van de bevoegdheid om deze verzoeken in te dienen en om beroep in te stellen wordt als misbruik van recht aangemerkt omdat het evident zonder redelijk doel wordt aangewend en blijk geeft van kwade trouw.
Daarom verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht bij omvangrijke Wiv-verzoeken voor een digitaal schaduwarchief.