ECLI:NL:RBDHA:2016:15817
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring niet mogelijk tegen derdelander met Spaans verblijfsrecht
Eiser, een derdelander met de Nigeriaanse nationaliteit en een geldige verblijfsvergunning in Spanje, werd ongewenst verklaard door verweerder op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). De rechtbank stelde vast dat verweerder had moeten handelen volgens de systematiek van de Terugkeerrichtlijn, door eerst een terugkeerbesluit en eventueel een inreisverbod uit te vaardigen, in plaats van een ongewenstverklaring.
De rechtbank oordeelde dat artikel 62a en hoofdstuk 6, afdeling 3 van de Vw 2000, die de Terugkeerrichtlijn implementeren, van toepassing zijn op eiser. Hierdoor staat de toepassing van een ongewenstverklaring op grond van artikel 67 Vw Pro 2000 in de weg. Verweerder kon niet vrij kiezen om afdeling 3 niet toe te passen, omdat dit in strijd is met de dwingende bepalingen van de richtlijn en de Nederlandse wet.
Verder wees de rechtbank op het Handboek Terugkeer van de Europese Commissie, waarin is aangegeven dat inreisverboden in beginsel EU-breed gelden en dat louter nationale maatregelen niet zijn toegestaan. Verweerder had overleg moeten plegen met de Spaanse autoriteiten over het intrekken van de verblijfsvergunning alvorens een inreisverbod op te leggen. Omdat verweerder deze procedure niet heeft gevolgd, is het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard en het besluit tot ongewenstverklaring vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot ongewenstverklaring en herroept het primaire besluit omdat de juiste procedure volgens de Terugkeerrichtlijn niet is gevolgd.