ECLI:NL:RBDHA:2016:16697
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen feitelijke handeling bij uitblijven reactie op verzoek opvang vreemdeling
Eiser, een Somalische vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht op 19 mei 2016 om opvang bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Verweerder reageerde niet op dit verzoek. Eiser maakte bezwaar tegen het uitblijven van een reactie, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen besluit was genomen.
In het beroep stelde eiser dat het niet reageren van verweerder een feitelijke handeling vormt waartegen bezwaar mogelijk is. De rechtbank onderzocht deze stelling en concludeerde dat het uitblijven van een reactie niet gelijkgesteld kan worden met een feitelijke handeling zoals bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Er is immers geen kenbare gedraging van verweerder die een besluit of handeling inhoudt.
Verder werd het beroep op betalingsonmacht van eiser geaccepteerd, waardoor hij geen griffierecht hoefde te betalen. De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd vastgesteld dat een reactie op een verzoek binnen het Programma Vreemdelingen een feitelijke handeling kan zijn, maar benadrukte dat dit niet geldt voor het uitblijven van een reactie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat het niet reageren op een verzoek geen feitelijke handeling is.