Dexia vordert een verklaring voor recht dat zij aan de afnemer van een effectenleaseovereenkomst niets meer verschuldigd is. De afnemer voert verweer op grond van buitengerechtelijke vernietiging van de overeenkomst, advisering door een callcenter, aankoop en behoud van aandelen, beurskoersen, beleggingstechnische tekortkomingen en buitengerechtelijke kosten.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van drie jaar op 17 december 1998 is gaan lopen en dat de verjaring op 17 december 2001 was voltooid. Een latere stuiting door een collectieve procedure kan hieraan niet afdoen. Het beroep op buitengerechtelijke vernietiging wordt daarom afgewezen.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is geweest van een persoonlijk advies door het callcenter Vero, zodat de standaardverdeling van de vergoedingsplicht wegens eigen schuld van toepassing blijft. De stellingen over het niet correct aankopen en behouden van aandelen, het hanteren van verkeerde beurskoersen en beleggingstechnische tekortkomingen worden verworpen, mede op basis van eerdere uitspraken van het hof Amsterdam en onderzoeken door de AFM.
De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank verklaart voor recht dat Dexia aan al haar verplichtingen uit hoofde van de leaseovereenkomst heeft voldaan en veroordeelt de afnemer in de proceskosten.