Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.De procedure
- het tussenvonnis van 10 februari 2016 waarin een comparitie van partijen is gelast;
- de akte inbreng bewijsstukken aan de zijde van [eiseres] , met producties (1 t/m 4);
- het proces-verbaal van de comparitie van 15 oktober 2015;
- de conclusie na comparitie van de zijde aan Nationale-Nederlanden, met producties L (volledig) en O t/m Q;
- de conclusie na comparitie aan de zijde van [eiseres] , met producties (A t/m E).
2.De feiten
De verzekerden zijn de hierna genoemde (rechts)personen.
We hebben gezien dat er licht brandde in de woning boven. We liepen terug niet omdat we de camera hebben gezien, maar omdat we licht zagen branden.” [E ] heeft verklaard dat de (onbekend gebleven) persoon met wie hij daar was vervolgens iemand heeft gebeld.
Hij zei tegen mij dat hij geld van de verzekering wilde krijgen, afpersing”, aldus [E ] . Volgens zijn verklaring heeft hij een rugzak met jerrycans benzine in de woning gezet en het huis via de achterdeur verlaten, waarbij hij in ieder geval de achterdeur open heeft laten staan. Hij heeft voorts verklaard dat hij de beveiligingscamera’s onklaar heeft gemaakt en dat hij het kastje van de camera, waarvan de Turkse man had verteld waar die zou zijn, weg zou halen. Op de vraag waarom hij dacht dat er niemand in de woning woonde, antwoordde [E ] :
“Toen ik de voordeur opendeed, moest ik echt een duw geven om de deur open te krijgen, want er lag een berg correspondentie.”
De hoofdbewoners zijn mijn dochter van 21 jaar, [dochter eiseres] , geboren op [geboortedatum 4] , mijn dochter van 6 jaar, [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] , en ik. Vanaf oktober 2013 tot juni 2014 stond de vader van mijn dochter ook ingeschreven op het adres, genaamd [A] , geboren op [geboortedatum 1] . Hij woont meestal in Turkije, maar de laatste tijd ging hij zich steeds meer met de opvoeding van mijn dochter bemoeien. (…) [A] kwam vaker bij ons langs en soms bleef hij ook slapen.Bij het betrekken van de woning hebben we de sloten van de woning veranderd. In de tussentijd heb ik wel vaker sloten veranderd, omdat mijn oudste dochter haar sleutels altijd kwijt raakte. Mijn oudste dochter en ik zijn in het bezit van een sleutel van de woning. [A] kreeg alleen een sleutel als hij voor de kleine kwam.”
Op dinsdag 8 juli 2014 omstreeks 04.00 uur hebben mijn man en ik de woning verlaten. (…) De enige die een sleutel had van de woning in de periode dat wij op vakantie waren was [D] , het neefje van mijn man. (…) Deze sleutel heeft mijn man aan zijn neef [C] gegeven, zodat hij die sleutel aan [D] kon geven. (…)Er zijn 3 huissleutels in omloop. 1 bij mij, 1 bij [A] en 1 bij mijn dochter [dochter eiseres] . De sleutel van [dochter eiseres] is naar [D] gegaan. (…)
We wonen met 3 mensen in de woning, ik en mijn 2 dochters. [dochter eiseres] mijn oudste dochter woont nu voor een periode in Turkije voor haar werk. [B] is eigenaar van de woning, maar woont er niet. Hij doet het onderhoud. Meneer [I] staat ook ingeschreven, maar die wilden we uitschrijven maar dat lukte niet. Dat moet hij persoonlijk doen.Mijn man, [A] en ik hebben een lat-relatie. Hij is de vader van mijn jongste dochter [de minderjarige] . En als hij in Nederland is, woont hij bij mij aan de [adres] te [plaats] . (…)Ik heb geen idee wie de brand heeft gesticht. Voor motieven van de brandstichting verwijs ik u naar mijn man [A].”
U vertelt mij dat de buren ook hebben verteld dat [A] daadwerkelijk in de woning woonde. U vraagt mij om een reactie. U zult dat aan de buren moeten vragen hoe ze daarbij komen. [A] mag zijn kind gewoon komen bezoeken en dat deed hij ook. Hij woont hier niet.(…)U vraagt mij of ik ooit een sleutel van de woning ben verloren. Nee.”
“
Ik ben volgens mij 2 of 3 keer in de woning geweest om de post op te halen. Ik ben de vrijdag of zaterdag voor de brand nog in de woning geweest. Ik kwam daar normaal altijd in de middag en pakte dan de post en ging dan gelijk weg. De laatste keer dat ik daar was voor de brand was het in de avond. Het viel mij toen op dat er een lampje brandde op zolder. De overige keren was ik in de middag langs geweest, dus ik kan niet zeggen dat de lamp daarvoor wel of niet brandde. Ik heb toen een vriend van mij gebeld en ben toen met hem samen de woning ingegaan. We zijn toen op zolder geweest en hebben de lamp uitgezet. (…)U vraagt mij of ik in de periode dat ik de sleutel van de woning had, deze aan iemand anders heb gegeven. Nee, de sleutel was alleen bij mij in bezit.”
“de post”,en op de vervolgvragen
“in de nacht?” “ja”en
“wat deed je met de post” “dat ligt nog thuis”, “dus als ik het goed begrijp nam je de post mee naar huis, naar de [straatnaam] ?” “Ja.”.
Ik heb al aan uw collega aangegeven dat [A] , mijn ex partner, van oktober 2013 tot juni 2014 formeel heeft ingeschreven gestaan op het adres [adres] in [plaats] . Hij heeft hier verder niet formeel ingeschreven gestaan. Hij woonde er ook eigenlijk niet, maar hij verbleef wel eens bij mij om zijn dochter te zien. [A] is normaliter in Turkije maar als hij in Nederland is om zijn kind te zien dan verblijft hij wel eens bij mij. We zijn nog goede vrienden. Toen ik in 2006 hier ging wonen toen was [A] hier niet. Hij woonde hier toen ook niet. (…)U vraagt mij wie er allemaal een sleutel van mijn woning hadden.Naast [dochter eiseres] , mijn oudste dochter, en ik, was [D] in de periode dat ik in Turkije was in het bezit van een sleutel. Verder was er niemand in het bezit van een sleutel. Ik heb de sleutel eerst aan [D] zijn broer gegeven. Dit is [C] . [C] heeft de sleutel aan [D] gegeven.Ik heb de sleutel ook weer van [D] teruggekregen. Dat was op de dag dat uw collega [X] [D] hier kwam interviewen. Het betreft gecertificeerde sleutels (met een pasje)(…)[D] zou alleen de post verzorgen in het huis.Mijn ex partner [A] had geen sleutel. Hij had alleen een sleutel wanneer hij hier was. (…)”
De verdachte heeft verklaard dat hij, op verzoek van een onbekend gebleven Turkse man, in de nacht van 26 augustus 2014 omstreeks 00.30 uur jerrycans benzine heeft neergezet in de woning (…). Ook heeft hij toen de beveiligingscamera’s van de woning onklaar gemaakt. Vervolgens heeft hij de woning verlaten, waarbij hij de achterdeur heeft opengelaten. De verdachte heeft steeds ontkend dat hij de brand heeft aangestoken of daarbij aanwezig is geweest. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die de brand heeft aangestoken noch dat hij aanwezig is geweest bij het aansteken van de brand. De enkele omstandigheid dat er relatief weinig tijd zit tussen het betreden van de woning door de verdachte en het uitbreken van de brand, maakt dit niet anders. Uitgaande van de verklaringen van getuigen over het tijdstip van de brand bleef er genoeg tijd over om de woning te verlaten en door een ander te betreden. De rechtbank ziet voor dit scenario ook steun in het feit dat de verdachte de camera uitgeschakeld heeft. Verdachte is zelf zichtbaar op de camera voordat hij deze heeft kunnen uitschakelen. Het feit dat hij vervolgens alsnog de camera bij de ingang van de woning uitschakelt, past goed bij een scenario waarbij een nog te arriveren persoon niet zichtbaar mag zijn.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
Kamerstukken I2004/05, 19 529, nr. B, p. 7 (MvA)).
Nationale-Nederlanden stelt zich op het standpunt dat [eiseres] met dit antwoord haar mededelingsplicht heeft geschonden omdat zij in gezinsverband samenwoonde met [A] en verzwegen heeft dat hij in aanraking is geweest met politie/justitie ter zake van verdenking van het plegen van een misdrijf.
- dat [eiseres] en [A] elkaar al sinds 2004 kennen;
- dat een jaar na de aanvraag een gezamenlijke dochter is geboren;
- dat in 2007 door [A] vanaf het adres een incasso-aanvraag is gedaan;
- dat het onaannemelijk is dat [eiseres] (met [B] , de mede-eigenaar), gelet op haar maandinkomen, de inboedel en hypotheek zelf kon financieren;
- dat buren in augustus 2014 aan de politie hebben verklaard dat de man van [eiseres] al een aantal jaren in de woning woonde.
- Uit de stempels in het in juli 2013 versterkte paspoort van [A] blijkt dat hij met enige regelmaat tussen Nederland en Turkije heen en weer reisde. In de periode 18 augustus 2013 (zijn vertrek naar Nederland) tot 2 september 2014 (een tijdsspanne van 381 dagen) heeft hij gedurende 73 dagen in Turkije verbleven, zodat hij volgens zijn eigen stellingen in die periode 308 dagen in Nederland moet hebben verbleven.
- Van oktober 2013 tot juli 2014 (de maand waarin [eiseres] en [A] voor vakantie naar Turkije zijn vertrokken) stond [A] ook in de gemeentelijke basisadministratie geregistreerd op het woonadres van [eiseres] .
- Uit het proces-verbaal van politie van 28 augustus 2013 (ro. 2.17) en van 2 oktober 2013 (ro. 2.22) blijkt dat zowel [eiseres] als [A] aan de politie hebben verklaard dat [A] – in ieder geval wanneer hij in Nederland was – in de woning verbleef.
- Uit het systeem van Experian (een informatieleverancier) blijkt dat [A] tussen 2012 en 2014 meerdere kredietaanvragen heeft gedaan vanaf het woonadres van [eiseres] .
- In de woning zijn na de brand diverse poststukken (bijvoorbeeld van Eneco en Interpolis) op naam van [A] aangetroffen.
- Buren hebben bij de politie verklaard dat in de woning ‘een Turkse man’ (bekend onder de naam [A] ) met zijn vrouw en dochter woonde
.De ene keer verklaart [eiseres] dat [A] een van de sleutelhouders was en de andere keer dat hij alleen een sleutel kreeg als hij ‘voor de kleine kwam’. Verder heeft [eiseres] eerst verklaard dat zij de sleutel aan [C] (geboren [geboortedatum 5] ) heeft gegeven toen zij op vakantie gingen, terwijl zij later heeft verklaard dat [A] hem de sleutel heeft gegeven. Ook wijkt de verklaring van [eiseres] omtrent de bedoeling van (de andere) [B] (mede-eigenaar) met de woning en zijn rol hierin enigszins af van zijn eigen verklaring hieromtrent. Dit geldt ook voor de verklaringen van de betrokken personen over het moment waarop [eiseres] met de brand bekend is geworden.
5.000,00(2,5 punt × tarief € 2.000,00)