Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Uitspraak van de meervoudige kamer van 22 maart 2016 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende man, diende een asielaanvraag in die werd afgewezen door verweerder, die tevens een inreisverbod van tien jaar oplegde. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen, omdat verweerder pas vlak voor de zitting nader onderzoek deed naar het militaire kamp Mai Seraw waar eiser werkte.
Hoewel het inreisverbod wordt vernietigd, blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank volgt verweerder in de kwalificatie dat eiser als trainer en bewaker in het kamp heeft gefaciliteerd bij ernstige misdrijven zoals martelingen en gedwongen arbeid, waardoor artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op hem van toepassing is.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de situatie van een andere vreemdeling die een verblijfsvergunning kreeg niet vergelijkbaar is. De rechtbank verklaart het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag niet-ontvankelijk en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het inreisverbod wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk.