Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[de man] ,
Procesverloop
Overwegingen
b. niet uit eigen beweging binnen de daarvoor geldende termijn heeft verlaten, in welk laatste geval het inreisverbod slechts door middel van een zelfstandige beschikking wordt uitgevaardigd dan wel een beschikking die mede strekt tot wijziging van het reeds gegeven terugkeerbesluit.
Op grond van artikel 66a, vierde lid, van de Vw 2000 wordt het inreisverbod gegeven voor een bepaalde duur, die ten hoogste vijf jaren bedraagt, tenzij de vreemdeling naar het oordeel van Onze Minister een ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, de openbare veiligheid of de nationale veiligheid.
ernstigebedreiging van de openbare orde. Daarbij zal dienen te worden betrokken of de misdrijven in het verleden ook thans nog voldoende zijn om de betrokkene de toegang tot de lidstaten voor een periode van tien jaar te ontzeggen. De aard en de ernst van het misdrijf / de misdrijven en het tijdsverloop sinds het plegen ervan zijn dan onder meer van belang voor de beoordeling of sprake is van een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging die een fundamenteel belang van de samenleving aantast. Bij haar oordeelsvorming heeft de rechtbank in aanmerking genomen de uitspraak van 31 maart 2016 van de meervoudige kamer van zittingsplaats Amsterdam in de zaak met nummer AWB 14/15939, ECLI:NL:RBAMS:2016:1816.