ECLI:NL:RBDHA:2016:5785
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning Nederlanderschap aan minderjarige geboren uit bigamie na gerechtelijke vaderschapsvaststelling
Eiser verzocht om een Nederlands paspoort voor zijn minderjarige kind, geboren uit een tweede huwelijk dat in Pakistan werd gesloten terwijl het eerste huwelijk nog bestond. Verweerder weigerde de aanvraag omdat het tweede huwelijk niet rechtsgeldig was volgens Nederlands recht en het kind daardoor geen Nederlanderschap kon ontlenen.
De rechtbank oordeelt dat de familierechtelijke betrekking tussen eiser en het kind gelijkgesteld moet worden aan een gerechtelijke vaststelling van het vaderschap, conform eerdere uitspraak van de familiekamer. Hierdoor is het kind Nederlander geworden op grond van artikel 4, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit, en beveelt de afgifte van het paspoort. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat het Nederlanderschap ook kan worden vastgesteld bij complexe familierechtelijke situaties zoals bigamie, mits het vaderschap is erkend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanvraag om afgifte van een nationaal paspoort aan het kind wordt toegewezen.