ECLI:NL:RVS:2014:4053
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- J.H. van Kreveld
- D.J.C. van den Broek
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Minister moet besluit over paspoortaanvraag herzien wegens onjuiste vaststelling Nederlanderschap
Appellant, geboren in Ghana, vroeg om een Nederlands paspoort, maar de minister weigerde de aanvraag te behandelen omdat niet vaststond dat appellant Nederlander was. De minister baseerde zich op de Rijkswet op het Nederlanderschap en stelde dat appellant niet erkend was door zijn vermeende vader volgens de Ghanese wetgeving, waardoor hij geen Nederlanderschap kon ontlenen.
De rechtbank bevestigde dat de aanvraag niet in behandeling kon worden genomen zolang het Nederlanderschap niet vaststond en verwees appellant naar een civiele procedure voor vaststelling van het Nederlanderschap. Appellant stelde dat ook bestuursrechtelijke procedures openstaan voor deze vaststelling.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de minister bij de beslissing op de paspoortaanvraag wel degelijk het Nederlanderschap had moeten vaststellen en dat het niet exclusief aan de burgerlijke rechter is om dit te doen. Het besluit van 14 oktober 2011 was daarom in strijd met artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap.
De Raad van State draagt de minister op binnen twaalf weken het besluit te herstellen, het advies van de minister van Veiligheid en Justitie in te winnen en appellant in de gelegenheid te stellen zijn feiten aannemelijk te maken. Over proceskosten en griffierecht zal in de einduitspraak worden beslist.
Uitkomst: Minister moet binnen twaalf weken het besluit over de paspoortaanvraag herstellen en het Nederlanderschap van appellant vaststellen.