Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
idée fixedat de tegenwerping van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag tot een permanent gevaar leidt. Dat is volgens eiser een onvoldoende motivering. De stelling dat de omstandigheid dat een slachtoffer in Nederland met eiser zou worden geconfronteerd op zichzelf een risico is voor de openbare orde, levert een ontoelaatbare oprekking op van het begrip ‘openbare orde’, aldus eiser. Eiser heeft gesteld dat er geen redelijke aanwijzing is dat er in Nederland slachtoffers zijn van eiser. Eiser is nooit vervolgd, laat staan veroordeeld, voor de daden waarvoor hij in het kader van 1F verantwoordelijk is gehouden. Eiser is van mening dat de algemene motivering die verweerder geeft van het gevaar voor de openbare orde, in strijd is met het Unierecht, zoals blijkt uit het arrest van het Hof van 11 juni 2015, inzake Z., Zh. en I.O. (C-554/13, met name punt 50).
Internationaal recht
Unierecht
Nationaal recht
In de regel(cursivering door de rechtbank) vereist deze vaststelling dat de betrokken persoon een neiging vertoont om dit gedrag in de toekomst voort te zetten.”. Dat in
Beslissing
- verzoekt het Hof bij wege van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de hierboven onder rechtsoverweging 29 geformuleerde vragen;
- schorst de behandeling van het beroep en houdt iedere verdere beslissing aan.