ECLI:NL:RVS:2008:BF1415
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- D. Roemers
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring vreemdeling wegens actuele bedreiging openbare orde na lidmaatschap terroristische organisatie
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank die de ongewenstverklaring van een vreemdeling wegens betrokkenheid bij terroristische activiteiten vernietigde. De vreemdeling, van Egyptische nationaliteit, was lid van Al-Jama’at Al Islamiyya en had een leidende positie binnen deze organisatie, die verantwoordelijk wordt gehouden voor diverse gewelddadige aanslagen.
De vreemdeling was ongewenst verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, waarbij toepassing werd gegeven aan artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag, dat personen uitsluit die betrokken zijn bij ernstige misdrijven of handelingen tegen de doelstellingen van de Verenigde Naties. De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende was onderzocht of de vreemdeling aanspraken aan het Gemeenschapsrecht kon ontlenen en dat onvoldoende rekening was gehouden met persoonlijke omstandigheden en het tijdsverloop sinds de feiten.
De Raad van State oordeelt dat de vreemdeling een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging vormt voor de openbare orde, mede gelet op de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en de lange periode waarin de dreiging voortduurt. Het lidmaatschap van een terroristische organisatie en de aard van de activiteiten rechtvaardigen de ongewenstverklaring. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: De vreemdeling vormt een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor de openbare orde en de ongewenstverklaring wordt bevestigd.