De kantonrechter beoordeelde het ontslag op staande voet van [verweerster] door VCKG wegens het ontvangen van vergoedingen van een werving- en selectiebureau. Hoewel het aannemen van deze vergoedingen in strijd was met de arbeidsovereenkomst, oordeelde de rechter dat het ontslag op staande voet een te zwaar middel was, mede gelet op persoonlijke omstandigheden van de werknemer en het ontbreken van overleg vooraf.
Vervolgens werd de arbeidsovereenkomst ontbonden wegens verwijtbaar handelen van [verweerster], omdat zij het ontvangen van de vergoedingen had verzwegen, wat het vertrouwen van de werkgever aantastte. Herplaatsing werd uitgesloten wegens gebrek aan draagvlak.
De kantonrechter kwalificeerde het verwijtbaar handelen niet als ernstig verwijtbaar, waardoor [verweerster] recht heeft op een transitievergoeding. Het ontslag op staande voet werd vernietigd en VCKG werd veroordeeld tot loondoorbetaling vanaf de datum van ontslag. De arbeidsovereenkomst eindigt formeel per 1 maart 2016, met toekenning van transitievergoeding en wettelijke rente bij uitblijven van betaling.