ECLI:NL:RBDHA:2016:722
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten uit massages
Eiseres ontving vanaf september 2011 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Verweerder stelde een onderzoek in naar mogelijke inkomsten uit zelfstandige massageactiviteiten. Uit sociaal rechercheonderzoek, getuigenverklaringen en verklaringen van eiseres bleek dat zij inkomsten ontving uit massages en de verkoop van massageartikelen, welke zij niet had gemeld.
Verweerder trok de bijstandsuitkering in over de periode van 6 september 2011 tot 5 november 2014 en vorderde een bedrag van ruim €46.000 terug. Eiseres voerde aan dat zij na het faillissement van haar bedrijf niet meer ingeschreven stond bij de Kamer van Koophandel en dat het intrekkingsbesluit geen bedrag vermeldde, waardoor terugvordering niet mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht de uitkering introk omdat eiseres de inlichtingenplicht had geschonden. Het ontbreken van een exact bedrag in het intrekkingsbesluit vormt geen beletsel voor intrekking. Ook waren de psychische klachten en financiële situatie van eiseres geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van eiseres tegen intrekking en terugvordering van bijstand ongegrond wegens schending van de inlichtingenplicht.