Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2016 in de zaak tussen
[B.V. X], te [plaats], eiseres
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een kleine onderneming die metsel- en stukadoorswerkzaamheden verricht, kreeg een boete van €42.300 opgelegd wegens acht overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet in verband met het aantreffen van asbest tijdens werkzaamheden aan gevelkozijnen. De overtredingen betroffen onder meer het niet correct verpakken van asbesthoudend materiaal, het niet tijdig melden van asbestwerkzaamheden, het ontbreken van passende beschermingsmiddelen en het ontbreken van vakbekwaam personeel.
De rechtbank oordeelt dat eiseres verwijtbaar heeft gehandeld door niet alert te zijn op de aanwezigheid van asbest, ondanks dat de werkzaamheden plaatsvonden aan woningen gebouwd vóór 1994. Wel acht de rechtbank de opgelegde boete niet passend en evenredig, omdat alle overtredingen voortvloeien uit één feit en eiseres normaal gesproken niet met asbest werkt. Daarnaast heeft eiseres na ontdekking van het asbest passende maatregelen genomen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit voor zover het de hoogte van de boete betreft en stelt de boete vast op €21.150. Tevens veroordeelt zij verweerder tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Boete van €42.300 gematigd naar €21.150 wegens samenhangende overtredingen en omstandigheden.