Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van feit 2
adequatepogingen heeft gedaan om zijn verblijf in Nederland te beëindigen. Daarbij heeft zij verwezen naar de inhoud van de brief van de Dienst Terugkeer en Vertrek (hierna: DT&V) en de verklaring ter terechtzitting van de getuige-deskundige [deskundige] , werkzaam bij de DT&V.
adequatepogingen heeft ondernomen om zijn verblijf in Nederland te beëindigen. Het beroep op overmacht kan derhalve niet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie. Of het vorenstaande gevolgen heeft voor de strafbaarheid van het feit komt hierna nog aan de orde.
4.Bewijsoverwegingen
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 18 januari 2016;
- een proces-verbaal van aangifte, blz. 3 en 4;
- een geschrift, te weten een overzicht verwerkte mutaties, blz. 5;
- een proces-verbaal van bevindingen, blz. 13.
evidentonrechtmatig is. Enkel als evident is dat de vreemdeling niet ongewenst had mogen worden verklaard, of indien het besluit tot ongewenstverklaring achteraf teniet is gedaan, kan de strafrechter oordelen dat de grondslag van de ongewenstverklaring niet rechtmatig is. Ten aanzien van de vraag of in het onderhavige geval daarvan sprake is, overweegt de rechtbank het navolgende.
a) indien er geen termijn voor vrijwillig vertrek is toegekend, of
- is veroordeeld tot een gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of een taakstraf of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd heeft gekregen en waarbij het (totale) onvoorwaardelijk ten uitvoer te leggen gedeelte van de straf of vrijheidsontnemende maatregel ten minste één dag bedraagt;
- bij herhaling is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf (waaronder jeugddetentie) of bij herhaling een taakstraf, onvoorwaardelijke geldboete of vrijheidsontnemende maatregel opgelegd heeft gekregen, een transactieaanbod heeft aanvaard of een strafbeschikking opgelegd heeft gekregen.”
ernstigebedreiging van de openbare orde ongewenst is verklaard. Er is dan ook geen sprake van een ongewenstverklaring voor de duur van langer dan vijf jaren en een rechterlijke toetsing van het begrip “ernstige bedreiging van de openbare orde”, zoals genoemd in artikel 11 lid 2 van Pro de Terugkeerrichtlijn en in artikel 66a, lid 4, van de Vreemdelingenwet 2000, is niet aan de orde. Het begrip “gevaar voor de openbare orde” in artikel 67, eerste lid onder c Vw 2000, zijnde de grond waarop verdachte ongewenst is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank geen equivalent van het begrip “ernstige bedreiging van de openbare orde”. Verdachte is ongewenst verklaard met toepassing van een nationaalrechtelijk openbare orde-criterium, dat niet wordt bestreken door het openbare orde-criterium uit de Terugkeerrichtlijn. Dit betekent dat het arrest van het Hof van Justitie EU d.d. 11 juni 2015 (zaak C-554/13) en de uitleg daarvan in het arrest van het Gerechtshof Amsterdam d.d. 17 november 2015 (ECLI:NL:GHAMS:2015:4751) in het onderhavige geval toepassing missen.
blikjes Bacardi
Colaen een
blikje Smirnoff Iceen
blikjes Bacardi Razz&
Upen
blikjes William Lawson Cola, toebehorende aan Albert Heijn B.V.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
adequatepogingen heeft gedaan om zijn verblijf in Nederland te beëindigen.
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De strafoplegging
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
9 (NEGEN) WEKEN.