ECLI:NL:HR:2009:BI5627
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest overmacht ongewenst verklaarde vreemdeling wegens onvoldoende motivering
De verdachte, een Congolese voormalige beroepsmilitair, verbleef sinds 1998 in Nederland en werd ongewenst verklaard vanwege een veroordeling voor foltering. Ondanks het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Congo, werd hem geen verblijfsvergunning verleend. Het hof verwierp zijn beroep op overmacht omdat hij onvoldoende inspanningen had verricht om Nederland te verlaten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de verdachte niet aan zijn vertrekplicht kon voldoen, terwijl de situatie feitelijk een patstelling was: geen uitzetting mogelijk, geen andere opvangmogelijkheden. Het hof had moeten aangeven welke inspanningen redelijkerwijs verwacht konden worden en of deze met steun van de Nederlandse overheid resultaat konden hebben.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Hiermee wordt erkend dat het beroep op overmacht in deze bijzondere omstandigheden niet zomaar kan worden verworpen zonder gedegen motivering.
De uitspraak benadrukt de complexiteit van situaties waarin vreemdelingenrecht, mensenrechten en strafrecht elkaar raken, en stelt duidelijke eisen aan de motivering van beslissingen over overmacht in strafzaken tegen ongewenst verklaarde vreemdelingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling van het beroep op overmacht.