ECLI:NL:RBDHA:2016:8752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vertrektermijn in Dublin-asielzaak wegens motiveringsgebrek
Eiseres, een Kosovaarse asielzoekster, werd door verweerder afgewezen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland verantwoordelijk werd gehouden voor haar asielaanvraag. De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevatte met betrekking tot de opgelegde vertrektermijn, welke in strijd is met artikel 7 van Pro de Uitvoeringsverordening.
De rechtbank verklaarde het beroep van eiseres ten onrechte kennelijk ongegrond en oordeelde dat het beroep gegrond is. De vertrektermijn werd vernietigd, maar het overige besluit bleef in stand. Eiseres had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Duitsland ernstige tekortkomingen vertoont in de asielprocedure en opvang, die een risico op onmenselijke behandeling zouden vormen.
Verder werd vastgesteld dat eiseres inmiddels een laissez-passer heeft ontvangen en gepland staat om naar Kosovo te vertrekken, waardoor de overdracht aan Duitsland niet waarschijnlijk is. De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van €744,- aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de opgelegde vertrektermijn wegens motiveringsgebrek en handhaaft het overige besluit.