ECLI:NL:RVS:2013:BZ0483
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H.G. Sevenster
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over onrechtmatige vreemdelingenbewaring bij Dublinclaimant
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen de uitspraak van de rechtbank die de vreemdeling in vreemdelingenbewaring had gesteld. De rechtbank had het beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en schadevergoeding toegekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat artikel 62a, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing is op de vreemdeling omdat de Dublinverordening (EG) 343/2003 een uitputtende regeling bevat voor de behandeling van asielverzoeken en de terugname van asielzoekers binnen de EU. Hierdoor wordt de toepassing van de Terugkeerrichtlijn en de nationale terugkeervoorzieningen uitgesloten.
Verder oordeelt de Afdeling dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het uitgangspunt in de Vreemdelingencirculaire dat het onttrekkingsgevaar bij Dublinclaimanten in beginsel altijd aanwezig is, niet zonder meer kan worden toegepast zonder een op de situatie toegespitste belangenafweging. De door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen het oordeel dat de bewaring onrechtmatig was.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt daarom ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €472,00.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.