ECLI:NL:RBDHA:2017:11034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid homoseksuele geaardheid
Eiser, een asielzoeker uit Sierra Leone, heeft een opvolgende aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van zijn homoseksuele geaardheid. Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat eiser zijn seksuele gerichtheid niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af.
De rechtbank overweegt dat eiser wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven over zijn bewustwordingsproces, zelfacceptatie en relaties, waaronder onduidelijkheden over de duur en details van een langdurige relatie. Ook acht de rechtbank het opmerkelijk dat eiser pas na vijftien jaar verblijf in Nederland zijn seksuele geaardheid als asielgrond aanvoert.
Eiser heeft betoogd dat de toegepaste werkinstructie (WI 2015/9) onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd is en dat culturele aspecten onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar eerdere jurisprudentie die de zorgvuldigheid van de werkinstructie bevestigt. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat eiser afkomstig is uit Sierra Leone en niet uit het in de culturele analyse besproken Oeganda.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser zijn homoseksuele geaardheid niet aannemelijk heeft gemaakt en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van homoseksuele geaardheid.