ECLI:NL:RBDHA:2017:11131
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoeken vader en zoon uit Iran wegens vertrek en ongeloofwaardigheid
Eisers, een vader en zoon uit Iran, vroegen asiel aan in Nederland. De vader was politiek actief in Iran en vertrok na een inval door de veiligheidsdienst. De zoon vertrok uit vrees voor detentie. De staatssecretaris wees hun aanvragen af wegens ongeloofwaardigheid.
De vader vertrok vrijwillig naar Iran met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie en ondertekende een vertrekverklaring waarin hij afstand deed van verblijfsprocedures. De rechtbank oordeelde dat hij daardoor geen procesbelang meer had en verklaarde zijn beroep niet-ontvankelijk.
De zoon kon zich niet succesvol beroepen op het verhaal van zijn vader. Een overgelegd Iraans document over een arrestatiebevel voor de zoon was inhoudelijk tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd. Zijn beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. Meijers op 28 september 2017 en is aan te vechten bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de vader is niet-ontvankelijk verklaard wegens vrijwillig vertrek en het beroep van de zoon ongegrond wegens ongeloofwaardigheid.