ECLI:NL:RBDHA:2017:11566
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Koopwoning niet als eigen woning aangemerkt voor belastingjaar 2014
Eiser, huurder van een woning in [plaats 1], bezit samen met zijn echtgenote een recreatiewoning in [plaats 2]. Voor het belastingjaar 2014 gaf eiser de koopwoning aan als eigen woning met eigenwoningforfait en aftrek van rente. Verweerder wees dit af omdat de koopwoning niet als hoofdverblijf werd beschouwd.
De rechtbank onderzocht het zwaartepunt van eisers leven aan de hand van feiten zoals inschrijving in de basisregistratie personen, werk, economische betrekkingen, en verklaringen van derden. Hoewel eiser en zijn echtgenote veel tijd in de koopwoning doorbrengen, blijkt uit het onderzoek dat hun leven en economische activiteiten zich voornamelijk in en rondom [plaats 1] afspelen.
De koopwoning is recreatief bestemd en niet geschikt voor permanente bewoning. De rechtbank concludeert dat de koopwoning niet als eigen woning in de zin van artikel 3.111 van de Wet inkomstenbelasting 2001 kan worden aangemerkt. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en acht de koopwoning niet als eigen woning voor het belastingjaar 2014.