ECLI:NL:RVS:2017:1985
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en afwijzing asielaanvraag vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie wees op 30 december 2014 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het besluit vernietigde en de staatssecretaris opdroeg een nieuw besluit te nemen. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het ne bis-beoordelingskader niet langer geldt en dat elk besluit op een opvolgende asielaanvraag volledig moet worden getoetst. De rechtbank had het iMMO-rapport als novum beschouwd en het besluit daarop getoetst, wat terecht was. De staatssecretaris stelde dat het iMMO-rapport geen sterke aanwijzing vormde voor mishandeling en dat het asielrelaas ongeloofwaardig was.
De Afdeling stelde vast dat het iMMO-rapport de littekens en psychische klachten van de vreemdeling koppelt aan het asielrelaas, maar dat eerdere medische onderzoeken aantoonden dat de vreemdeling tijdens de eerste procedure coherent kon verklaren. Bovendien was het asielrelaas in de eerste procedure in rechte als ongeloofwaardig beoordeeld. De Afdeling concludeerde dat de staatssecretaris terecht geen nader onderzoek verrichtte naar aanleiding van het iMMO-rapport.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag blijft in stand.