ECLI:NL:RVS:2014:4791
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling van de afwijzing van asielaanvragen na toetsing geloofwaardigheid en zorgvuldigheid
Bij besluiten van 24 september 2012 wees de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel de aanvragen van vier vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde de beroepen van de vreemdelingen gegrond en vernietigde deze besluiten wegens een schending van de zorgvuldigheid, met name omdat de dochter van een van de vreemdelingen niet was gehoord ondanks een rapport van het instituut voor Mensenrechten en Medisch Onderzoek (iMMO).
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank buiten de grenzen van het geschil was getreden door te oordelen dat de dochter gehoord had moeten worden, terwijl dit niet als beroepsgrond was aangevoerd. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en toetste de besluiten aan de door de vreemdelingen aangevoerde beroepsgronden.
De vreemdelingen voerden aan dat de staatssecretaris ten onrechte had aangenomen dat zij vervalste documenten hadden overgelegd en dat de besluitvorming onzorgvuldig was omdat het iMMO-onderzoek niet was afgewacht. De Raad van State verwierp deze gronden en oordeelde dat de staatssecretaris de geloofwaardigheid van het asielrelaas terecht als onvoldoende had beoordeeld vanwege tegenstrijdigheden en inconsistenties in de verklaringen.
De Raad van State concludeerde dat de besluiten zorgvuldig waren genomen en dat de beroepen ongegrond zijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van hun asielaanvragen blijft in stand.