ECLI:NL:RBDHA:2017:11918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. de Zeben - de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Italië
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, nam de aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij legaal op Italiaans grondgebied was afgezet en dat het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk tot stand was gekomen, onder meer vanwege het ontbreken van een registertolk bij het aanmeldgehoor. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een niet-registertolk voldoende was gemotiveerd en dat eiser niet in zijn belangen was geschaad.
De rechtbank stelde vast dat het fictieve claimakkoord met Italië de verantwoordelijkheid voor de asielaanvraag bevestigt. Het ontbreken van een geldig visum maakte dat eiser niet legaal Italië was binnengekomen. Tevens werd het interstatelijk vertrouwensbeginsel toegepast, waarbij Italië wordt geacht zijn verdragsverplichtingen na te komen. Eiser maakte geen aannemelijk dat er bijzondere omstandigheden zijn die overdracht aan Italië onredelijk maken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag is ongegrond verklaard.