ECLI:NL:RBDHA:2017:12257
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring asielaanvragen wegens eerdere bescherming in Bulgarije
Eisers, Syrische nationaliteit, hebben in Bulgarije een asielvergunning verkregen en vervolgens in Nederland asiel aangevraagd. Verweerder verklaarde hun aanvragen niet-ontvankelijk op grond van artikel 30a Vreemdelingenwet 2000, omdat zij reeds bescherming genieten in een andere EU-lidstaat.
Eisers voerden aan dat zij bij terugkeer naar Bulgarije risico lopen op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro EU, vanwege beperkte toegang tot sociale voorzieningen en gebrek aan integratiebeleid. Zij stelden dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is en dat zij geen bescherming van Bulgaarse autoriteiten kunnen verwachten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat de door eisers aangevoerde stukken onvoldoende concreet bewijs leveren dat Bulgarije zijn verdragsverplichtingen niet nakomt. Eisers hebben onvoldoende inspanningen geleverd om bescherming bij Bulgaarse autoriteiten te verkrijgen.
Ook het beroep dat zij geen band met Bulgarije hebben, faalt omdat het bezit van een verblijfsvergunning een sterke band oplevert. De rechtbank concludeert dat geen belemmeringen bestaan voor terugkeer naar Bulgarije en verklaart de beroepen ongegrond. Verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen.