ECLI:NL:RVS:2013:1606
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtsgevolgen verblijfsvergunningasiel na eerdere erkenning in Italië
De minister voor Immigratie en Asiel wees op 9 februari 2012 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling had op 23 december 2011 in Nederland asiel aangevraagd, maar was eerder als vluchteling erkend in Italië. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat de eerdere erkenning van de vluchtelingenstatus in Italië betekent dat de vreemdeling een zodanige band met Italië heeft dat het redelijk is dat hij daarheen terugkeert. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat de minister zijn standpunt onvoldoende had gemotiveerd. Bovendien gaf de rechtbank geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.
De Raad van State vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover het bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit niet in stand bleven en dat een nieuw besluit moest worden genomen. De rechtsgevolgen van het besluit van 9 februari 2012 blijven volledig in stand. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €472,00.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit van 9 februari 2012 blijven volledig in stand en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.