Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 november 2017 in de zaak tussen
[eiseres], eiseres, V-nummer [V-nummer]
thans: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Surinaamse nationaliteit, vroeg een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij haar referent in Nederland te verblijven. Verweerder wees de aanvraag af omdat uit de gehoren bleek dat eiseres en referent tegenstrijdige verklaringen hadden afgelegd over essentiële elementen van hun relatie, wat duidde op een schijnrelatie met als doel het verkrijgen van verblijfsrecht.
Eiseres voerde aan dat de gehoren onzorgvuldig waren afgenomen en dat zij niet voldoende in de gelegenheid was gesteld om tegenstrijdigheden te verklaren. De rechtbank oordeelde echter dat de gehoren zorgvuldig waren en dat verweerder terecht van het horen in bezwaar had afgezien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Hoewel eiseres en referent na het bestreden besluit een huwelijk sloten, achtte de rechtbank dit niet relevant voor de beoordeling van het besluit, aangezien latere ontwikkelingen geen invloed hebben op de rechtmatigheid van het eerdere besluit. De rechtbank concludeerde dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een schijnrelatie en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.