ECLI:NL:RVS:2016:1233
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- R. van der Spoel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraken rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling inzake verblijfsgerechtigde EU-document
De staatssecretaris heeft op 25 maart 2014 het verzoek van de vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, afgewezen. De vreemdeling, met de Turkse nationaliteit, stelde dat zij sinds 2010 meerdere jaren samen met haar Nederlandse zoon in België verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit van de staatssecretaris.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in en voerde aan dat de vreemdeling onvoldoende bewijs had geleverd van een aaneengesloten verblijf van meer dan drie maanden in België. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het horen van de vreemdeling achterwege had mogen blijven. Het bewijs bestond vooral uit administratieve documenten, die onvoldoende waren om het feitelijke verblijf aannemelijk te maken.
De Raad van State vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd.