Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Iraakse asielzoeker, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van bedreiging door de sjiitische militie Al Hashd al-Sha’bi. Hij stelde drie keer te zijn benaderd en mishandeld, waarna hij Irak verliet.
De staatssecretaris wees het verzoek af omdat hij de identiteit en nationaliteit van eiser geloofwaardig achtte, maar het relaas over de gedwongen rekrutering niet. Dit oordeel was gebaseerd op ambtsberichten en bronnen die aangeven dat gedwongen rekrutering door deze militie in 2014 niet aannemelijk is, mede omdat eiser een soenniet is en de militie pas in 2016 soennitische strijders toeliet.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en vond ook de tegenstrijdigheden tussen de verklaringen van eiser en zijn vader, alsmede het ontbreken van details over de militie en betrokken personen, reden om het verhaal ongeloofwaardig te achten. Daarnaast is er geen sprake van een uitzonderlijke situatie in Bagdad die bescherming rechtvaardigt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens een ongeloofwaardig asielverhaal over gedwongen rekrutering in Irak.