ECLI:NL:RVS:2016:3084
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens veilig vestigingsalternatief in Bagdad
De vreemdeling, een soennitische moslim uit Baquba, Diyala, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of Bagdad-stad als een veilig vestigingsalternatief kon worden beschouwd. De staatssecretaris stelde dat hoewel er geweld tegen soennieten bestaat, dit niet systematisch of zodanig ernstig is dat er een reëel risico op ernstige schade bestaat. Tevens is de toegang tot Bagdad voor terugkerende Irakezen gewaarborgd.
De vreemdeling voerde aan dat soennieten in Bagdad worden vervolgd door sjiitische milities en dat hij geen toegang tot de stad zou hebben zonder sponsor of brief van een wijkhoofd. De staatssecretaris weerlegde dit met rapporten van het Britse Home Office, UNHCR en IOM, waaruit bleek dat de situatie in Bagdad relatief veilig is en dat administratieve vereisten geen onoverkomelijke belemmering vormen.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de vreemdeling geen reëel risico loopt en dat Bagdad als vestigingsalternatief kan dienen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel omdat de vreemdeling zich veilig kan vestigen in Bagdad.