ECLI:NL:RVS:2016:3083
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- E. Steendijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vestigingsalternatief Bagdad in asielprocedure Irak
De vreemdeling, een soennitische moslim uit Jalawla, Irak, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris wees dit verzoek af omdat hij oordeelde dat de vreemdeling zich redelijkerwijs in Bagdad kon vestigen, een zogenaamd vestigingsalternatief. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de rechtbank onjuist had geoordeeld over de toepassing van het vestigingsalternatief en dat de veiligheid in Bagdad reeds was beoordeeld bij de vraag of de vreemdeling daar veilig kon verblijven. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde de staatssecretaris in het gelijk en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. Het incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht aannam dat de vreemdeling geen gegronde vrees voor vervolging in Bagdad heeft, dat hij toegang heeft tot de stad en dat het redelijk is te verwachten dat hij zich daar kan vestigen, ondanks de moeilijke sociaaleconomische omstandigheden. De individuele omstandigheden van de vreemdeling, zoals zijn leeftijd, taalvaardigheid en documenten, ondersteunen dit oordeel.
De Afdeling concludeerde dat het vestigingsalternatief Bagdad terecht is toegepast en dat het beroep van de vreemdeling ongegrond is. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, met vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.