Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 augustus 2017 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
De rechtbank oordeelt als volgt.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende man en voormalig tweede man van de SSNP in Aleppo, kreeg een verblijfsvergunning asiel die door verweerder werd ingetrokken met een terugwerkend inreisverbod van tien jaar, op grond van vermeende betrokkenheid bij ernstige misdrijven volgens artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag.
De rechtbank beoordeelde of verweerder voldoende had gemotiveerd dat eiser persoonlijk of wetens had deelgenomen aan misdrijven zoals oorlogsmisdrijven of ernstige niet-politieke misdrijven. Verweerder baseerde zich op algemene bronnen, sociale media en een lijst van vermeende financiers van de Shabiha-milities, maar kon niet aantonen dat eiser persoonlijk betrokken was bij misdrijven of dat zijn bijdrage essentieel was.
De rechtbank concludeerde dat de bewijsvoering onvoldoende was, mede omdat sociale media niet als objectieve bron gelden en de rol van eiser niet vaststond. De intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod werden daarom vernietigd wegens motiveringsgebrek en strijd met de Algemene wet bestuursrecht.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en oplegging van het inreisverbod wordt vernietigd.