ECLI:NL:RBDHA:2017:13007
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Ghrib
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering en onvoldoende veiligheidsrisico
Eiser, een Iraakse staatsburger, heeft sinds zijn komst naar Nederland in 2003 meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan de laatste in 2015 werd afgewezen. De rechtbank bevestigt dat eiser bij terugkeer naar de Koerdische Autonome Regio (KAR) geen reëel risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro, mede omdat hij eerder zonder problemen naar de KAR is uitgezet.
Eiser stelde als nieuwe elementen een verslechterde veiligheidssituatie in de KAR en zijn bekering tot het christendom. De rechtbank oordeelt dat de bekering ongeloofwaardig is omdat eiser deze niet eerder heeft gemeld, vaag is over het proces en de motieven, en onvoldoende kennis toont van essentiële geloofselementen. Ook de gestelde vergeetachtigheid werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen als kennelijk ongegrond en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op vervolging of schending van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege ongeloofwaardige bekering en onvoldoende veiligheidsrisico.