Eiseres, voormalig pedagogisch en horecamedewerker, ontving een Ziektewetuitkering die per 1 mei 2017 werd beëindigd door het UWV na een medisch onderzoek dat haar arbeidsongeschiktheid beoordeelde. Zij voerde aan dat het onderzoek onvoldoende rekening hield met haar beperkingen door het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS/ME) en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De rechtbank stelde vast dat het UWV meerdere medische onderzoeken had laten uitvoeren, waaronder cardiologische expertise, en dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en consistent hun oordeel hadden gevormd. De medische informatie van eiseres’ eigen cardioloog leverde geen nieuwe inzichten op die het oordeel konden wijzigen. De rechtbank onderschreef de medische grondslag van het besluit en verwierp het beroep op ongelijke procespositie en de wens tot benoeming van een deskundige.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres met inachtneming van haar beperkingen in staat is om passende functies te verrichten en dat de beëindiging van de uitkering op goede gronden berust. Nieuwe beroepsgronden die ter zitting werden aangevoerd, werden buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.