ECLI:NL:RBDHA:2017:1487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering tot verboden religieuze sekte
Eiseres verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van haar bekering tot de Kerk van de Almachtige God, die in China als verboden religieuze sekte wordt beschouwd. Zij stelde dat zij vanwege haar geloof in China problemen ondervond en daarom het land heeft verlaten.
Verweerder achtte alleen de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig, maar niet haar bekering en de daaruit voortvloeiende problemen. De rechtbank toetste de geloofwaardigheid aan de hand van vaste rechtspraak over het onderzoek naar geloofsovertuigingen bij asielaanvragen, waarbij motieven, proces van bekering en kennis van de geloofsleer centraal staan.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende inzicht gaf in haar bekering, met summiere en algemene verklaringen die niet overtuigden. Ook haar kennis over de kerk en haar geloofspraktijken was beperkt. Aanvullend bewijs, zoals een politiemelding en een verklaring van de kerk, kon de ongeloofwaardigheid niet wegnemen.
Daarom was de rechtbank van oordeel dat verweerder terecht de bekering en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig achtte. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van de bekering.