ECLI:NL:RBDHA:2017:15071
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen verzuimboete inkomstenbelasting 2015 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding
Eiser maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en een daarbij opgelegde verzuimboete over het jaar 2015. De aanslag en boete werden op 24 februari 2017 opgelegd. Het bezwaar werd echter pas na de wettelijke termijn ingediend, waardoor verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde.
De rechtbank beoordeelde of de termijnoverschrijding verschoonbaar was. Eiser stelde pas in hoger beroep dat hij de aanslag niet had ontvangen, maar deze stelling werd door de rechtbank ongeloofwaardig geacht. Verweerder had aannemelijk gemaakt dat de aanslag naar het juiste adres was verzonden, wat het vermoeden van ontvangst rechtvaardigt.
Verder werd beoordeeld of sprake was van schending van de hoorplicht. Verweerder had eiser meerdere malen de gelegenheid geboden om het bezwaar mondeling toe te lichten, maar eiser maakte hiervan geen gebruik. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht van een hoorgesprek kon afzien.
Gelet op het voorgaande verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de verzuimboete is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening zonder verschoonbare reden.