Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 november 2017 in de zaak tussen
[eiser] , eiser
daaronder tevens verstaan diens rechtsvoorgangers, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 31 augustus 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000). Daarnaast is aan eiser een inreisverbod opgelegd voor de duur van twee jaar, gerekend vanaf het moment dat eiser Nederland daadwerkelijk heeft verlaten.
Overwegingen
- een fatwa van de Religieuze hoge Commissie Aifta;
- een artikel van Human Rights Watch (HRW) van 1 augustus 2017, waarin wordt bevestigd dat niet alle ontvoeringen in Tripoli plaatsvinden voor losgeld, maar dat er ook politieke ontvoeringen zijn;
- een artikel van HRW van 20 juli 2017: “Libië, ophitsing tegen religieuze minderheden”. Dit gaat over de onderdrukking en vervolging van personen die Abadi zijn;
- een artikel uit The Arab Weekly van 13 augustus 2017: “Fatwa against Ibadi Muslims in Libya risk igniting sectarian strife”.
- de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Rotterdam, van 12 oktober 2017 (NL17.9565)
- een bericht van HRW van 27 september 2017 “UN Human Rights Council should prioritize countering raging impunity in Liya”;
- het Libya Human Rights Report on Civilian Casualities – september 2017, gepubliceerd op ReliefWeb
- De vraag of partijen bij het conflict oorlogsmethoden hanteren die de kans op burgerslachtoffers vergroten of burgers als doel nemen;
- De vraag of het gebruik van die methoden wijdverbreid is bij de strijdende partijen;
- De vraag of het geweld wijdverbreid is of plaatselijk;
- De aantallen doden, gewonden en ontheemden onder de burgerbevolking ten gevolge van de strijd.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 990,-.